Logo
 

Veilig waarnemen

Logo

Zolang de zon niet volledig verduisterd is, is het gebruik van beschermende filters noodzakelijk. Tijdens de totaliteit zijn die filters overbodig, ja zelfs hinderlijk. Het schamele licht van de corona is een miljoen maal lichtzwakker dan het normale zonlicht. Maar de totaliteit duurt slechts een paar minuten en de gedeeltelijke fase -- toenemend en weer afnemend -- duurt wel 2,5 uur! Al die tijd is bescherming van het oog absolute noodzaak en een zonnebril is niet voldoende.

Het menselijk oog is kwetsbaar voor verschillende soorten straling. Het ultraviolette licht van de zon dat de grond bereikt (290-380 nm) veroudert de cellen van de huid en die van het oog en veroorzaakt grauwe staar. Meer directe schade wordt veroorzaakt door straling waar het netvlies (de 'kegeltjes' en de 'staafjes') gevoelig voor is: straling van 380 tot 1400 nm, van blauw tot nabij infrarood. Vooral het kortgolvige zichtbaar licht (blauw en groen) is bij te hoge intensiteit een gevaar: cellen worden beschadigd door interne chemische reacties, delen van het netvlies vallen uit, men kan tijdelijk of permanent slecht zien. Het rode en vooral het infrarode licht wordt in het oog geabsorbeerd en de energie wordt omgezet in warmte. Teveel van deze straling betekent dat cellen letterlijk kunnen gaan koken en dan is blindheid het gevolg. Zowel de chemische als de thermische beschadiging merk je niet direct, want in het netvlies zijn geen pijnzintuigen. Pas na enkele uren manifesteert zich de schade en dan is het te laat.

Filters

Veilige filters moeten dus met name in het golflengtegebied van 380 tot 1400 nm het teveel aan zonlicht wegfilteren. Dat wil zeggen ruim onder de voor het oog schadelijke grens blijven. Dat komt neer op een maximale doorlating van 0,0032 procent (N = 12). Voor comfortabel waarnemen is dat meestal nog te veel licht. Een factor tien meer filtering is beter: 0,0003 procent doorlating (N = 14). (N.B. Zie ook het artikel over de kwaliteit van diverse filters en eclipsbrillen uit Zenit februari 2001: Eclipsbrilletjes belicht)

Voordat eclipsbrillen (zie later) gangbaar werden om naar zonsverduisteringen te kijken, gebruikte men allerlei huis-tuin-en-keuken middelen om naar de zon te kijken. Uit metingen is echter gebleken dat veel van die 'filters' een breed scala van doorlaatbaarheid vertonen. Zo bleek volledig gezwarte fotografische zwart-witfilm (op zilverbasis gemaakt) een verduisteringsfactor van 11 tot 16 te vertonen. Ook cd's zijn berucht: sommige cd's zijn van een aluminiumlaagje voorzien dat zó dun is dat ze vrijwel transparant zijn en dus zeker niet als zonnefilter gebruikt kunnen worden; andere cd's zijn in principe wel geschikt: als de coating zo dik is dat men er een lamp maar net doorheen kan zien.

Onveilig zijn in ieder geval: gezwarte fotografische kleurenfilm, gezwarte zwart-wit film op chroombasis, neutrale zonnefilters specifiek voor fotografische doeleinden en polarisatiefilters. In het visuele gebied blokkeren ze voldoende licht, maar in het infrarood laten ze te veel door! Gezwarte kleurenfilm heeft in het visuele gebied een verduisteringsfactor van 15 (ruim voldoende), maar in het infrarood wordt de helft van de straling doorgelaten! Een beroet glaasje - het klassieke advies in oude sterrenkundeboeken - doet het in principe goed in alle golflengtegebieden, maar het is zeer moeilijk een uniform beroet glas te maken en de roetlaag is zeer fragiel. Alleen al door het aan te raken, raakt de laag beschadigd en alles wat ermee in contact komt wordt vies. Om dit te voorkomen kan men twee goed beroete glaasjes, gescheiden met een dun houtje, met de roetlagen aan de binnenkant samen lijmen, maar het blijft een heel gedoe.

Een goed zonnefilter voor visuele waarneming met het blote oog is gealuminiseerd mylar speciaal gemaakt voor zonne-observatie (bijv. Astrosolar folie). Mylarfilters geven een grijsblauw zonsbeeld. Mylar met een aluminiumlaagje wordt ook wel gebruikt als verpakkingsmatriaal voor bijv. chips, maar maak niet de fout om dit te gebruiken om naar de zon te kijken. De kwaliteit is niet overal gelijk waardoor het ene stukje veel meer straling doorlaat dan het andere. Wel veilig is een lasglas met een verduisteringsfactor van 12 (beter: 13) tot 14. Veilige donkere filters zijn ook de speciale zwarte polymeerfilters.

Jongens met eclipsbril Maar voor visuele waarneming is een speciale eclipsbril veruit het handigste. Het filtermateriaal zit dan al gevat in een kartonnen brilmontuur. In de handel zien we zowel eclipsbrillen met gealuminiseerd folie en zwart polymeer. Beide voldoen goed, al is het polymeer iets steviger dan het dunne folie, en het geeft een mooi oranjegeel zonsbeeld. Maar pas op: speel op zeker en kijk ook door deze filters niet langer dan 30 seconden achtereen. Laat daarna de ogen even rusten, voordat u opnieuw kijkt. Gebruik de bril alleen om met eigen ogen naar de zon te kijken, en nooit achter een verrekijker of telescoop.

Voor fotografische doeleinden en voor visueel gebruik aan een verrekijker of telescoop zijn speciaal voor dit doel gemaakte mylar aluminiumfilters geschikt. Dit folie is betrekkelijk goedkoop maar je moet er dan nog wel zelf een houder voor knutselen. Voordat je het foliefilter op de zon richt, moet je controleren dat het niet beschadigd is: houdt het tegen een lamp en kijk of er geen gaatjes in zitten. In dat geval is het filter aan vervanging toe. Serieuze waarnemers geven soms de voorkeur aan glasfilters met opgedampt aluminium, maar deze zijn aanzienlijk duurder dan de mylarfilters. Bij deze glazen filters kleurt de zonneschijf oranje.

Deze filters moeten uiteraard geplaatst worden aan de objectiefkant van de kijker, nooit aan de oculairkant. Het zonlicht moet worden geblokkeerd voordat het in de telescoop komt! Zogenaamde oculairzonnefilters die vroeger vaak bij telescopen werden geleverd, zijn gevaarlijk, omdat ze snel zeer heet worden en kapot kunnen springen.

Dat voorzichtigheid is geboden bewijst een bericht van een Portugese amateur: een lerares op een middelbare school had haar leerlingen aanbevolen om tijdens de gedeeltelijke verduistering kobaltblauw glas te gebruiken als zonnefilter. De volgende dag klaagden twintig leerlingen dat ze vlekken voor hun ogen zagen en vijf van hen bleken netvlies-verbrandingen te hebben!
 
Eclipsbrilletjes voor het veilig waarnemen van de zon met het blote oog zijn verkrijgbaar bij diverse publiekssterrenwachten en winkels voor sterrenkundige apparatuur.  

Projecteren

Géén eclipsbril meer kunnen kopen? Een andere manier om veilig naar de zon te kijken is door het zonsbeeld te projecteren met een telescoop of verrekijker, zoals op nevenstaande foto wordt gedemonstreerd. Met een eenvoudige verrekijker kan al een klein beeldje worden geprojecteerd, waarop de grotere zonnevlekken zijn te zien. En het verloop van de gedeeltelijke fase van de eclips is zo uitstekend en veilig te volgen. Maar pas wel op! Kijk nooit rechtstreeks door verrekijker of telescoop naar de onverduisterde zon: de kijker werkt als brandglas en u kunt uw ogen ernstig beschadigen. Laat een kijker nooit onbewaakt de zon projecteren. Loop niet het risico dat bijvoorbeeld kinderen een rechtstreekse blik in de kijker werpen.

Omdat tijdens het projecteren heel veel zonnewarmte wordt gebundeld achter in de kijker, wordt het daar erg heet. Gebruik dus zeker niet uw beste verrekijker om de zon te projecteren en wees u ervan bewust dat de oculairs door de hitte stuk kunnen gaan. Ook is niet iedere telescoop geschikt om de zon te projecteren. In het algemeen zijn lenzenkijkers geschikt, mits er aan het einde van de buis geen kunststof onderdelen zitten die kunnen smelten. Moderne spiegelkijkers zijn niet geschikt, met uitzondering van Newtontelescopen. Ook hier geldt dat er aan de oculairkant geen kunststof mag zitten in en om de focusseerinrichting. Een ander probleem is het te gebruiken oculair: het advies was altijd om een ouderwets type oculair te gebruiken, met losse lensjes zonder kit ertussen, bijv. van het Huygens-type. Maar deze zijn nauwelijks meer verkrijgbaar. U kunt ook een goedkoop moderner oculair gebruiken, maar wees u ervan bewust dat dit waarschijnlijk kappot zal gaan.

Projecteren kan ook met een camera obscura, een eenvoudige lange doos met aan de ene zijde een klein gaatje (~ 1 mm) en aan de andere zijde een wit schermpje met daarnaast een kijkopening.
 

Tekst: Mat Drummen. Overgenomen uit Zenit juli/augustus 1998. Bijgewerkt door Edwin Mathlener, 20 februari 2015.


Website ontwikkeling: Edwin Mathlener
© 1999-2013 Stichting 'De Koepel'; © 2014-2016 Edwin Mathlener